Inflatie berekenen
Zie wat een bedrag uit het verleden waard is in een ander jaar met benaderde CPI-jaargemiddelden — of projecteer hoe vandaaggeld erodeert (of nominaal groeit) bij een gekozen inflatiepercentage.
Berekenen
Berekenen
Resultaat
De formule
Historische modus: Bedrag_naar = Bedrag_van × (CPI_naar ÷ CPI_van) met jaargemiddelde CPI. Vooruitmodus: Toekomst = Heden × (1 + rente)^jaren — dezelfde samengestelde groei als bij inflatieprojecties.
Uitgewerkt voorbeeld
- €10.000 in 1990 → CPI≈130,7; in 2024 CPI≈313,7
- Factor ≈ 313,7/130,7 ≈ 2,40
- ≈ €24.000 in koopkrachttermen van 2024
Resultaat: €10.000 (1990) ≈ €24.000 (2024) CPI-gecorrigeerd
Zo werkt inflatiecorrectie
Prijsindexen zetten „hoeveel euro’s” om in „hoeveel koopkracht”.
CPI-reeks
We gebruiken benaderde jaargemiddelde consumentenprijsindexcijfers (in de geest van officiële publicaties). Waarden zijn afgeronde lesbenaderingen — geen vervanging voor officiële tabellen van CBS of Eurostat voor juridisch of contractueel gebruik.
Vooruitprojectie
Samengestelde groei tegen een constant jaarlijks percentage illustreert koopkrachtverlies (of de nominale euro’s die je nodig hebt om bij te blijven). Reëel rendement vraagt dat je inflatie apart aftrekt van beleggingsrendement.
Grenzen
CPI-manden veranderen; lokale inflatie wijkt af van het landelijk gemiddelde; huur en zorg kunnen sneller stijgen. Gebruik landspecifieke indexen wanneer precisie buiten de VS/EU-gemiddelden telt — in Nederland is de CBS-CPI de standaardreferentie.
Interessante feiten
Regel van 72
Bij ~3 % inflatie per jaar verdubbelen prijzen ongeveer in 72÷3 ≈ 24 jaar — een snelle mentale check.
Nominaal vs. reëel
Een loonsverhoging van 5 % bij 3 % inflatie is ongeveer 2 % reëel. Vergelijk percentages altijd op dezelfde basis.
CBS vs. Eurostat
In Nederland publiceert het CBS de consumentenprijsindex; Eurostat levert HICP voor EU-vergelijkingen. Niveaus verschillen licht; beide volgen inflatie.
Deflatiejaren
Is de latere CPI lager, dan krimpen aangepaste bedragen — geld won aan koopkracht.
Geen beleggingsrendement
Dit corrigeert voor prijzen — het modelleert geen aandelen- of obligatierendement.
Veelgestelde vragen
Kies Historisch, vul het bedrag en beide jaren in. We vermenigvuldigen met de verhouding van de jaarlijkse CPI-waarden.
Zet jaar-van op 1990 en jaar-naar op een recent jaar (bijv. 2024). Het resultaat past de CPI-ratio toe op €10.000.
Vul het huidige bedrag, een jaarlijkse inflatie en jaren in. TV = bedrag × (1+rente)^jaren.
Het is een benaderde CPI-lesreeks in lijn met gebruikelijke methodologie. Download officiële reeksen bij CBS of Eurostat voor contractuele of onderzoeksprecisie.
Vul €1 in met een van-jaar 30 jaar terug en een naar-jaar van vandaag in historische modus. De rekentool vermenigvuldigt met de verhouding van jaargemiddelde CPI-waarden.
Over lange perioden lag CPI-inflatie in veel westerse economieën rond 2–3 % per jaar, met uitschieters van deflatie tot dubbele cijfers. Gebruik de toekomstmodus met je eigen aanname voor projecties.
CPI volgt een brede nationale mand. Jouw persoonlijke mix (huur, energie, boodschappen) kan sneller of langzamer stijgen dan het gemiddelde — beleefde inflatie wijkt vaak af van het headline-cijfer.
Bronnen
- Consumentenprijzen (CPI) Officiële Nederlandse CPI-overzichten en databank.
- HICP en inflatie in de eurozone Geharmoniseerde inflatiecijfers voor EU-vergelijking.
- Koopkracht en prijzen Praktische context over koopkracht voor huishoudens.